Lezing Woensdag 23 mei 2018

Puzzelen met tombes. Een digitale reconstructie van de elite-necropool in Dayr al-Barsha

Drs. Toon Sykora (Archeologie, KU Leuven)

De rotsgraven van Dayr al-Barsha behoren tot de belangrijkste monumenten uit het Egyptische Middenrijk (ca. 2055 – 1700 v.Chr.). Helaas had het elite-grafveld sterk te lijden onder ingrijpende steengroeveactiviteit en verschillende fasen van grafroof, waardoor het onmogelijk is om de enorme puzzel van architectuurresten fysiek te reconstrueren.

barshaInnovatieve digitale applicaties reiken nu nieuwe methodes aan om de gedecoreerde fragmenten terug aan elkaar te passen. Door middel van een flexibele, interactieve 3D-omgeving, wordt het mogelijk om het tombeplateau visueel terug op te bouwen. Dit stelt ons in staat om fundamentele onderzoeksvragen omtrent de evolutie van de necropool en de decoratie van de graven te beantwoorden.

 

Lezing Woensdag 21 maart 2018

Oude manuscripten, nieuwe technieken. Twee digitale projecten (Leuven/Groningen) over de Dode-Zeerollen voorgesteld

Prof. Eibert Tigchelaar & Prof. Pierre Van Hecke (Bijbelwetenschap, KU Leuven)

Aan de KU Leuven zijn we betrokken bij twee Digital Humanities projecten over de Dode-Zeerollen.

Het eerste is een corpus-linguïstisch onderzoek naar het Klassiek Hebreeuws van de Bijbel en de Dode-Zeerollen. In dit project gebruiken we gedigitaliseerde teksten en geavanceerde computationele technieken om de taalkundige eigenschappen van het Hebreeuws in kaart te brengen.

Op die manier beogen we de stilistische en orthografische eigenheid van de verschillende teksten te vatten, waardoor we kunnen vaststellen welke teksten een mogelijk gemeenschappelijke herkomst hebben.

Het andere is een samenwerkingsproject tussen Groningen en Leuven dat onder meer gebruik maakt van digitale paleografie, in samenwerking met het Groningse Artificial Intelligence Institute.

Het project heeft twee grote doelen:

Ten eerste om met behulp vaDode zeen Artificial Intelligence de ontwikkeling van het Hebreeuwse schrift in de Dode-Zeerollen van ca. 250 voor tot 150 n.Chr. in kaart te brengen, en daarmee de manuscripten te dateren.

Ten tweede om met Artifical Intelligence overeenkomsten tussen de handen van de handschriften op te sporen en zo eventueel individuele schrijvers op het spoor te komen.

De lezing zal doorgaan in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 om 20u.

Lezing woensdag 29 November 2017

Hoe kunnen databases een dode taal weer tot leven wekken?

Drs. David Van Acker (Kwantitatieve Lexicologie en Variatielinguïstiek, KU Leuven)

De Hebreeuwse Bijbel heeft een lange mondelinge traditie. Geschreven teksten bestonden, maar dienden eerder als hulpmiddel bij het reciteren. Toen Hebreeuws in de middeleeuwen niet meer actief gebezigd werd, heeft een school rabbijnen – de Masoreten – deze traditie bewaard door aan de tekst (met tot dan enkel medeklinkers) klinkers en accenten toe te voegen. Lange tijd is aangenomen dat deze accenten voornamelijk aangeven hoe de tekst ritueel gezongen moet worden, maar in de laatste decennia is het duidelijk geworden dat dit systeem oorspronkelijk een andere functie had. De accenten groeperen namelijk woorden in eenheden die lijken op de eenheden die in moderne (gesproken) talen door intonatie worden afgelijnd.

Gegeven de mondelinge traditie achter de Hebreeuwse Bijbel is het niet verwonderlijk dat de Masoreten net intonatie wilden bewaren. De accenten moeten dus belangrijke informatie bevatten over de gesproken dynamiek van het Hebreeuws. Maar hoe kunnen we die informatie juist interpreteren? Hiervoor moeten we terugvallen op uitgebreid onderzoek naar intonatie in hedendaagse talen. Daaruit blijkt dat intonatie over talen heen voor gelijkaardige doelen ingezet wordt. Hiermee kunnen we aan de slag gaan in de Hebreeuwse Bijbel. We kunnen in databases zoeken naar plaatsen waar intonatie een rol zou moeten spelen en vervolgens zien hoe de accenten zich daar gedragen. We zullen het Bijbels Hebreeuws wellicht nooit kunnen bestuderen op dezelfde manier als moderne talen, maar aan de hand van data-analyse, kunnen we deze dode taal allicht een beetje opnieuw tot leven wekken.

Lezing Woensdag 20 december 2017 (gewijzigde datum)

Hoe maak je spijkerschriftteksten over het dagelijkse leven uit de tijd van de Laat-Babylonische en Perzische Koningen toegankelijk?

Prof. Kathleen Abraham (Oudheid, KU Leuven)

In de studie van de Oudheid en in het bijzonder in de discipline van Spijkerschriftstudies (Assyriologie) vindt er een grote digitaliseringsbeweging plaats.
Er zijn verschillende projecten aan de gang, in de Angelsaksische wetenschappelijke
wereld, op het vasteland van Europa en in de Verenigde Staten.

tablet
Deze creëren een gedigitaliseerde onderzoeksomgeving. Het aanbod aan online
hulpmiddelen voor onderzoek is gevarieerd: zowel sites die Sumerische,
Babylonische, Assyrische en Hettitische teksten uit verschillende regio’s en
hun metadata bevatten, als sites die in een gecontroleerde wiki-omgeving de cruciale periode in de vorming van de
Joodse identiteit en de articulatie van grote religieuze en sociale beginselen in
het vroege Jodendom.

Het tweede project – The Neo-Babylonian Cuneiform Corpus (NaBuCCo) – wil de grote hoeveelheid archiefstukken die in Babylonië tussen ca. 800 en het einde van het pre-christelijke tijdperk tot stand kwamen ter beschikking stellen voor historici van de Oudheid in het algemeen en Assyriologen in het bijzonder. Deze documenten zijn niet gemakkelijk toegankelijk voor onderzoekers. Ettelijke ervan zijn nog niet gepubliceerd en zelfs als ze wel gepubliceerd zijn, is het vaak enkel in lijntekening zonder transcriptie of vertaling. Bovendien zijn ze moeilijk te begrijpen omwille van hun juridisch- en administratief-technische woordenschat en formuleringen.

De lezing zal doorgaan in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 om 20u.

Vooraankondiging lezingen eerste semester 2017-2018

We kunnen de lezingen voor volgend academiejaar al voorstellen. De concrete data zullen in de loop van september 2017 meegedeeld worden.

Prof. Kathleen Abraham: NabuCCo:Hoe maak je spijkerschriftteksten over het dagelijks leven uit de tijd van de Laat-Babylonische en Perzische Koningen toegankelijk?

Drs. David Van Acker: Hoe databases een dode taal weer tot leven kunnen wekken.

Prof. Eibert Tigchelaar & Prof. Pierre Van Hecke: Oude manuscripten, nieuwe technieken. Twee digitale projecten (Leuven/Groningen) over de Dode-Zeerollen voorgesteld.

Lezing: Tussen traditie en digitalisering

Over het belang van zeldzame woorden voor de bestudering van classificatieproblemen in Semitische teksten

Woensdag 17 mei 2017

Drs. Mathias Coeckelbergs (Informatiewetenschap, ULB en Nabije Oosten Studies, KU Leuven)

Om teksten te classificeren – zij het naar inhoud of naar stijl – wordt tegenwoordig vaak een beroep gedaan op statistische methoden. Dit onderzoek is van belang voor een variëteit aan onderzoeksdomeinen, van stylometrie en auteurschapstoewijzing tot thematisch onderzoek. Terwijl bij traditioneel stijlonderzoek een eerder belangrijke rol wordt toegeschreven aan zeldzame of unieke woorden in het corpus, wordt er in dit recente statistische onderzoek vooral aandacht besteed aan zeer frequente (functie-)woorden.
In een eerste stap overlopen we waaraan deze verandering in focus te wijten kan zijn. In een tweede stap bekijken we hoe deze zeldzame woorden gefungeerd hebben in de geschiedenis van de Bijbelstudie, om hierbij twee tendensen te ontdekken. Hiermee tonen we de waarde aan van recente statistische methodes voor de studie van de Hebreeuwse literatuur, en het gevaar van het buiten beschouwing laten van deze zeldzame woorden.

In een derde stap tonen we aan hoe deze woorden als hulp kunnen dienen om de gevoelige plekken van de huidige classificatiemethodes aan te duiden, met toepassing op voornamelijk Bijbelse teksten. In een vierde stap vervolgens tonen we hoe klassieke Bijbelvertalingen omsprongen in het weergeven en vertalen van deze zeldzame woorden: is het de inhoud dan wel de stijl die een bepaalde vertaalkeuze motiveert?

De hierbij opgedane kennis brengen we vervolgens in een vijfde stap opnieuw samen met het computer-gebaseerd onderzoek, om toekomstige lijnen uit te tekenen voor stilistisch en thematisch onderzoek naar de Hebreeuwse literatuur.

Lezing: Reflectie op het gebruik van 3D technologieën voor de documentatie van bedreigd cultureel erfgoed

Woensdag 15 Maart 2017

Drs. Hendrik Hameeuw (Departement Oudheid van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en Nabije Oosten Studies, KU Leuven)

Aardbevingen, tsunami’s, branden, vulkaanuitbarstingen, … ; ze hebben allen de kracht de grote verwezenlijkingen van de mensheid door de eeuwen heen te vernietigen. Maar de meest dramatisch kracht komt van de mens zelf.

Of het nu het ‘opruimen’ van erfgoed betreft om plaats te maken voor de  Olympische Spelen in Beijing, de dynamitering van de Bamiyan standbeelden, het verbranden van de Timboektoe manuscripten of de sloop van duizenden jaren oude steden in Syrië en Irak, de verantwoordelijken weten altijd hun acties te rechtvaardigen. Vernielingen van cultureel erfgoed zijn een dagelijkse realiteit; het is aan ons om strategieën te formuleren om dit te overwinnen.

NaamloosDe zeven wonderen van de wereld – waarvan alleen de Gizeh piramides overleefden – hebben een centrale plaats ingenomen in ons begrijpen hoe grote architectonische verwezenlijkingen alsnog verloren kunnen gaan; ons kennis erover hebben we in de eerste plaats te danken aan oude geschriften. Hoe ze er echt uitzagen, is eigenlijk onduidelijk. Vandaag liggen de kansen gunstiger. In de afgelopen 150 jaar hebben architecten, ingenieurs en archeologen ontelbare technische (op)tekeningen van erfgoed sites geproduceerd; overal ter wereld zijn digitaliseringsprojecten aan de gang en de mogelijkheden van state-of-the-art beeldvormingstechnieken lijken haast onuitputtelijk.

Maar wat doen we ermee? Wat is hun nauwkeurigheid of volledigheid? Koppelen we de juiste en voldoende metadata aan de samengestelde documentatie? Wat registreerde onze aanpak niet? Sjablonen, protocollen en standaarden moeten worden ontwikkeld om de duurzaamheid van al die inspanningen te garanderen. En, als dat alles is geregeld – als het origineel verloren is gegaan of niet meer toegankelijk – waarom niet pleiten om deze kwaliteitsdata-sets op te nemen in een lijst van Virtueel Werelderfgoed.

Studiedag 2017

homerus

Het bestuur van Ex Oriente Lux nodigt U hierbij van harte uit tot het bijwonen van de Studiedag 2017 op zaterdag 1 april 2017 (geen grap) van 10.15 tot 16.30 uur in de Bergkerk te Amersfoort, Doctor Abraham Kuyperlaan 2. Het thema is Homerus en de oosterse epiek. De aan Homerus toegeschreven epen Ilias en de Odyssee zijn niet in een vacuüm ontstaan.

De Griekse wereld stond in nauw contact met Klein-Azië, Phoenicië en Egypte en de schrijver(s) van de epen moeten bekend geweest zijn met de epiek en het verhalengoed uit die wereld.

Het Gilgamesj-epos uit Mesopotamië is eeuwenlang schriftelijk overgeleverd en kende een wijde verspreiding, maar ook andere epen en verhalen deden de ronde. Kennismaking hiermee verdiept het begrip van Homerus.

Programma:

Alleen voor leden Ex Oriente Lux:

10:15 – 10:45 uur: ontvangst met koffie

10:45 – 12:00 uur: Algemene Ledenvergadering

12:00 – 13:00 uur: Lunch

Open voor belangstellenden:

13:00 – 13.40 uur: Michèle Meijer MA (Vrije Universiteit, classica met bijvak assyriologie, promovenda), Homerus en het Gilgamesj-epos.

Het Gilgamesj-epos is een der bekendste epen uit het Nabije Oosten. Het kreeg zijn standaardvorm in de 12e eeuw v. Chr. en is vooral bekend door het exemplaar (12 tabletten; 3000 regels) uit de bibliotheek van Assurbanipal te Ninevé (7e eeuw v. Chr). Er waren vertalingen in het Hethitisch, er zijn fragmenten gevonden in Megiddo (Israel) en het jongste fragment stamt uit de jaren 30 van de 2e eeuw v. Chr. Gilgamesj was bijvoorbeeld bekend aan Aelianus als ‘Gilgamos’. Mijn lezing richt zich op de fascinerende parallellen tussen het Gilgamesj-epos en de Homerische epen, zoals bijvoorbeeld overeenkomsten in verteltechnieken (herhalingen, vergelijkingen, formulaire verzen) en – mijns inziens nog interessanter – parallellen in thema en literaire motieven. Het hoofdthema  van het Gilgamesj-epos, de zoektocht van Gilgamesj naar onsterfelijkheid, doet bijvoorbeeld aan de omzwervingen van Odysseus denken en een voorbeeld van een overeenkomstig motief is de vriendschap tussen Gilgamesj en Enkidu enerzijds en die van Achilles en Patroklos anderzijds. In de eerste helft van mijn lezing zullen deze en vele andere interessante parallellen aan bod komen. In de tweede helft van de lezing richt ik mij vervolgens op de vraag hoe deze parallellen tot stand kunnen zijn gekomen en wat de studie van deze parallellen voor waarde heeft voor onze kennis van Homerus.

13:45 – 14:30 uur: Prof. dr. Klaas Veenhof (em. hoogleraar assyriologie aan de VU en de Universiteit Leiden), Het Atrachasis-epos.

Het Atrachasis-epos (beter de Atrachasis-mythe) is een wat kleiner epos (drie tabletten) met een wat nauwer omschreven thema en een heldere compositie: de schepping van de mens, die voor de goden moet werken (tablet I), de onstuitbare bevolkingsgroei van de mensen, wier rumoer de goden irriteert (tablet II) en de zondvloed als poging daar een eind aan te maken, volgens het slot het eigenlijke thema van de compositie (tablet III). Ook van dit epos zijn meerdere versies bekend en ook dit epos had een wijde verspreiding.

14:30 – 15:00 uur: Pauze

15:00 – 15.40 uur: Dr. Willemijn Waal (classica, hethitologe, Universiteit Leiden), Van Hethitisch tot Homerus.

Geografisch en taalkundig ligt de wereld van het Hethitische imperium (Klein-Azië, ca. 1650-1200 v. Chr) het dichtst bij de Griekse wereld. Troje (Wilusa) was er ooit een onderdeel van, zoals wij onder meer weten uit een verdrag met vazalkoning Alaksandus van Wilusa. Uit brieven en annalen blijkt dat de Hethieten regelmatig contact hadden met de Myceense Grieken, die werden aangeduid met de term Ahhijawa (vergelijk de uit Homerus bekende Achaeërs). De Hethitische tabletcollecties bevatten naast historische documenten ook aantal literaire composities, waaronder de epen rondom de god Kumarbi, die in stijl en thematiek overeenkomsten vertonen met de werken van Homerus en Hesiodus.

15.45 – 16:30 uur: Dr. Ben Haring (egyptoloog, Universiteit Leiden), Helden in Faraonische teksten.

In de Oudegyptische literatuur is weinig plaats voor sterfelijke, ‘menselijke’ helden. Dat wil niet zeggen dat in die literatuur, of in monumentale inscripties, geen heldendaden worden verricht. Het is echter wel duidelijk dat daarvoor goddelijke kwaliteiten nodig zijn. Aan de hand van een aantal befaamde teksten van vóór ca. 750 voor Christus (waaronder de verhalen van Sinoehe en Wenamoen, en de Kadesj-inscripties van Ramses II) zal onderzocht worden, wat heldendom betekent in Oudegyptische context. Wat zou Homerus in deze zin vanuit Egypte tegemoet kunnen zijn gekomen?

De kosten voor de hele dag (alleen voor leden) bedragen € 30,00 per persoon (inclusief koffie, lunch en thee). De kosten voor alleen de middagsessie bedragen € 15,00 p.p. voor leden, € 25,00 voor niet-leden, € 10,00 voor scholieren en studenten t/m 24 jaar.

Niet-leden ontvangen tevens een gastlidmaatschap voor één jaar (2017). Zij ontvangen dan de nummers van het blad Phoenix en krijgen uitnodigingen voor lezingen in de afdelingen (zie www.exorientelux.nl).

U wordt van harte aangespoord uw lidmaatschap in 2018 te bestendigen. Het kost € 37,50 (jeugdleden tot 25 jaar € 19,50), u krijgt daarvoor driemaal per jaar Phoenix, kortingen bij andere publicaties en evenementen en toegang tot de lezingen en andere activiteiten in de afdelingen. Ex Oriente Lux heeft ANBI-status, zodat uw lidmaatschapsgeld kan worden afgetrokken van de belasting.

OPGAVE: Leden kunnen zich voor deelname opgeven door overmaking van één van deze bedragen, vermenigvuldigd met het aantal personen waarmee u denkt te komen, op rekening NL82 INGB 0000 229501 t.n.v. Ex Oriente Lux te Leiden, onder vermelding van ‘Studiedag 2017 Amersfoort’. Uw storting dient uiterlijk op 18 maart a.s. in ons bezit te zijn. Alleen uw storting geldt als aanmelding! Opgave via website of e-mail is voor leden niet nodig. Het is niet mogelijk op de studiedag zelf bij de ingang te betalen.
Zij die zich aanmelden krijgen ongeveer een week voor de studiedag een dagprogramma en routebeschrijving toegestuurd. Dat papier geldt als toegangsbewijs; neemt u het dus mee!

Niet-leden dienen zich daarnaast per e-mail (eol@hum.leidenuniv.nl) op te geven met vermelding van hun volledige naam en adres met, indien van toepassing, vermelding van status: scholier/student + naam van (hoge)school of universiteit. U kunt zich ook via de website aanmelden (http://www.exorientelux.nl/studiedag/aanmelden/). Ook voor niet-leden geldt de storting van het benodigde bedrag als aanmelding!

De Bergkerk is goed per trein bereikbaar (10 minuten lopen vanaf station Amersfoort) en er is bescheiden parkeergelegenheid.

Meer informatie kan u terug vinden op de website van Ex Oriente Lux Nederland.

Lezing 11 mei afgelast

De lezing op 11 mei zal helaas niet kunnen doorgaan.

“Het ‘Evangelie van de vrouw van Jezus’: de geschiedenis van een vervalsing” van volgende week woensdag zal de laatste lezing zijn van dit academiejaar.

Syrië-dag in het Rijksmuseum voor oudheden in Leiden

Inschrijven kan via de website van Ex Oriente Lux Nederland (http://www.exorientelux.nl/studiedagen-en-evenementen/syrie-dag-in-het-rmo-18-april-2016/)

Programma (voorlopig) van het symposium Syrisch erfgoed en Nederlands onderzoek 18 april 2016 in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden

9.00-9.50            Ontvangst met koffie                      

9.50-10.00          Opening                                        

10.00-10.30        Wortels in de Syrische Prehistorie
Dr. Olivier P. Nieuwenhuijse Archeologie Universiteit Leiden

10.30 -11.00       The Archaeology of Assyrian Imperialism
Dr. Bleda S. During Archeologie Universiteit Leiden

11.00-11.30        Bestuurlijke mededelingen uit de Late Bronstijd (ca 1230-1184 v. Chr.)
Dr. Frans A.M. Wiggermann Vrije Universiteit Amsterdam

11.30-11.45        Koffiepauze                                   

11.45-12.15          The Fort on the Hill
Prof. dr.Jesper Eidem NINO / Faculteit der Geesteswetenschappen Capaciteitsgroep Archeologie (AAC)

12.15-12.45        Nederlands onderzoek in de “Badheuvel”: van dorpje tot paleisstad
Dr. Diederik J.W. Meijer Archeologie Universiteit Leiden

12.45-14.15        Lunchpauze                                   

14.15-14.45        De welvarende handelsstad Ugarit in noordwest Syrië.
Prof.dr. Wilfred H. van Soldt OCMW LIAS Geesteswetenschappen Universiteit Leiden

14.45-15.15        Muziek in Syrië
Drs. Theo J.H. Krispijn OCMW Geesteswetenschappen LIAS Universiteit Leiden

15.15-15.45        Palmyra, Dura-Europos, Apamea: verleden, heden, toekomst
Dr. Lucinda A. Dirven Faculteit der Geesteswetenschappen Capaciteitsgroep
Geschiedenis Universiteit van Amsterdam

15.45-16.00        Theepauze                                     

16.00-16.30        Syrians and their material culture in Egypt: the case of Deir al-Surian
Dr. Karel C. Innemee Archeologie Universiteit Leiden

16.30-17.00        The Qalamun. Reconstructing the Late Antique and Early Byzantine
landscape between Damascus, Homs, and Palmyra
Dr. S. Mat Immerzeel Geesteswetenschappen Universiteit Leiden

17.00                   Afsluiting                    

19.30                   Avondconcert Info

Abstracts van de lezingen

  1. Olivier Nieuwenhuijse Wortels in de Syrische Prehistorie
    Tot het begin van de burgeroorlog in 2011 waren Nederlandse archeologenFig_03-13_JPGBbuitengewoon actief in Syrië. De vroege, prehistorische periode is sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw een belangrijk speerpunt van Nederlandse onderzoekers. Immers, veel belangrijke culturele verworvenheden die aan de basis lagen van de hoogontwikkelde urbane samenlevingen vanaf het 4e millennium blijken hun wortels te hebben in de samenlevingen uit het 7e en 6e millennium v.Chr. Omsteeks 7000 v.Chr. vonden de voorouders van de huidige Syriers het aardewerk uit. Enkele eeuwen later gebruikten zij deze nieuwe technologie om voor het eerst hun voedsel te koken. Residueanalyses van aardewerk scherven van de Nederlandse opgravingen op Tell Sabi Abyad leverden enkele jaren geleden de oudste menselijke consumptie van melk ter wereld (ca. 6300 v.Chr). Ik zal een aantal van deze revolutionaire ‘uitvindingen’ toelichten, en bespreken hoe zij vele duizenden jaren later nog steeds vorm geven aan onze huidige, westerse samenlevingen. Tegelijkertijd is inmiddels duidelijk dat veel van dit prehistorische erfgoed in acuut gevaar verkeert. Vindplaatsen worden op grote schaal beschadigd, musea geplunderd, archeologische depots verwoest. Wat kunnen wij archeologen doen om belangrijke informatie voor toekomstig onderzoek te behouden

  1. Diederik Meijer: Nederlands onderzoek in de “Badheuvel”: van dorpje tot paleisstad.
    Tell Hammam al-Turkman is een grote tell aan de Balich. De spreker heeftIMG_8507verschillende campagnes op deze tell geleid. In de lezing geeft hij een korte impressie van het reilen en zeilen van de vroegere bewoners van Tell Hammam al-Turkman aan de Balich in Syrië, dat zich door de millennia heen (van 5000 – 1300 v.Chr.) ontwikkelde tot een regionaal centrum met wijd vertakte relaties in handel en kunst. Hóe precies zoekt een archeoloog naar ‘de mens achter de dingen’ die hij/zij opgraaft?

  1. Jesper Eidem: The Fort on the Hill
    One of the Dutch heritage projects curtailed by the tragic conflict in Syria was majorSG200331Barcheological excavation at the site of Qal’at Halwanji, located in northwestern Syria. Trial excavations 2008-9 had revealed burnt and exceptionally well-preserved ruins in what was a nearly 4000 year old fortress perched high on a cliff. Among the finds were clay pieces with impressions of some of the finest seals known from ancient Syria.

  1. Bleda During The Archaeology of Assyrian Imperialism: Tell Sabi Abyad and its Broader Context
    In this presentation I will discuss our research into the Middle Assyrian settlement of Tell Sabi Abyad and how it fits into the broader development of the early Assyrian Empire. The question why Assyria was so successful in its imperial aspirations will be central to this discussion, which will be based on archaeological data.

  1. Theo Krispijn Muziek in Syrië
    Tamboerijnspeelster_Ugarit_edited-1
    Syrië altijd heeft een rijke muziekcultuur gekend, met name ook voor het begin van onze jaartelling. Er zijn veel afbeeldingen van muziekinstrumenten en ensembles gevonden en uit de archieven van de steden Ebla, Mari en Ugarit blijkt de grote verscheidenheid van muziek. In de lezing zal de spreker een beeld schetsen van de ontwikkeling van muziek en muziekinstrumenten voor de komst van het Hellenisme.

 

  1. Wilfred van Soldt De welvarende handelsstad Ugarit in noordwest Syrië.
    De stad Ugarit was een welvarende handelsstad in het noordwesten van Syrië, niet verUgarit_Palace_600Bvan Latakia. Sedert 1929 wordt de stad opgegraven en zijn o.a. het paleis, verschillende tempels en woonwijken blootgelegd. De geschiedenis van de stad in de 14e tot en met de 12e eeuw is gereconstrueerd aan de hand van de vele teksten die zijn gevonden. Twee verschillende schriften werden er geschreven, het Mesopotamische spijkerschrift en een alfabetschrift dat de taal van Ugarit weergeeft. In de lezing zal een kort overzicht van de belangrijkste facetten worden gegeven

  1. Frans Wiggermann Bestuurlijke mededelingen uit de Late Bronstijd (ca 1230-1184 v. Chr.)
    Aan het eind van de Late Bronstijd werd het westen van het Assyrische rijk bestuurdT04-02 1200 dpiBdoor de groot-vizier Ili-padâ. Een van zijn verblijfplaatsen was het grensfort Sabi Abyad, opgegraven door een Leids team onder leiding van Prof. Dr. Peter Akkermans. De ruim 400 spijkerschriftteksten die daarbij aan het licht kwamen vormen het onderwerp van deze bijdrage.

 

 

 

  1. Lucinda Dirven Palmyra, Dura-Europos, Apamea: verleden, heden, toekomst
    Het rijke archeologische erfgoed van Syrië heeft enorm te lijden onder de huidigepalmyraBburgeroorlog. Van de steden uit de Romeinse periode, hebben vooral Palmyra, Dura-Europos en Apamea onherstelbare schade opgelopen. In deze lezing laat ik de gebeurtenissen uit de afgelopen jaren kort de revue passeren en zal ingaan op het hoe en waarom van de vernielingen. Ik besluit met de vraag wat wij als historici zouden kunnen doen om dit erfgoed voor het nageslacht te bewaren.

  1. Karel Innemee Syrians and their material culture in Egypt: the case of Deir al-Surian
    Probably around 800 CE a group of Syriac monks settled down in the Monastery of theIMG_8251BVirgin of Anba Bishoi (as it was called then). After a disastrous raid by nomads they helped the Coptic monks restoring and expanding the monastery and in the centuries to follow they would leave a lasting cultural imprint on the monastery, that became better known under the name Deir al-Surian. A library of impressive size and importance was set up, and the church dedicated to the Holy Virgin was re-decorated with a set of important mural paintings and a new sanctuary, decorated with stucco-work by Syrian artisans, was constructed.
    The cohabitation of Syriac and Coptic monks in this monastery illustrates the theological compatibility of both communities, but in their decorative and pictorial arts interesting differences can be witnessed. In this presentation the speaker shows how Syriac culture made its contribution to Christian art in Egypt.

  1. Mat Immerzeel The Qalamun. Reconstructing the Late Antique and Early Byzantine landscape between Damascus, Homs, and Palmyra
    The mountainous area to the north of Damascus, known as the Djebel Qalamūn, hasMonastery of St Thomas SaydnayaBlong been a Christian stronghold in Syria. Although the churches and monasteries of cities such as Saydnaya and Ma῾alula were largely modernized in the 1860s, one still recognizes architectural elements from the Early Byzantine and medieval periods. If the reconstruction of the Christian religious landscape in this area is still in its infancy, it is clear that it hides another, no less fascinating layer dating back to the Roman era or earlier. The main focus is on the transitional period, when temples were transformed into churches, and on the key position of the Monastery of Our Lady in Saydnaya as one of the most important pilgrim’s attractions in the Middle East. Since the region did not escape from the devastating effects of the Syrian war, the present situation will also be elucidated.