Lezing woensdag 29 November 2017

Hoe kunnen databases een dode taal weer tot leven wekken?

Drs. David Van Acker (Kwantitatieve Lexicologie en Variatielinguïstiek, KU Leuven)

De Hebreeuwse Bijbel heeft een lange mondelinge traditie. Geschreven teksten bestonden, maar dienden eerder als hulpmiddel bij het reciteren. Toen Hebreeuws in de middeleeuwen niet meer actief gebezigd werd, heeft een school rabbijnen – de Masoreten – deze traditie bewaard door aan de tekst (met tot dan enkel medeklinkers) klinkers en accenten toe te voegen. Lange tijd is aangenomen dat deze accenten voornamelijk aangeven hoe de tekst ritueel gezongen moet worden, maar in de laatste decennia is het duidelijk geworden dat dit systeem oorspronkelijk een andere functie had. De accenten groeperen namelijk woorden in eenheden die lijken op de eenheden die in moderne (gesproken) talen door intonatie worden afgelijnd.

Gegeven de mondelinge traditie achter de Hebreeuwse Bijbel is het niet verwonderlijk dat de Masoreten net intonatie wilden bewaren. De accenten moeten dus belangrijke informatie bevatten over de gesproken dynamiek van het Hebreeuws. Maar hoe kunnen we die informatie juist interpreteren? Hiervoor moeten we terugvallen op uitgebreid onderzoek naar intonatie in hedendaagse talen. Daaruit blijkt dat intonatie over talen heen voor gelijkaardige doelen ingezet wordt. Hiermee kunnen we aan de slag gaan in de Hebreeuwse Bijbel. We kunnen in databases zoeken naar plaatsen waar intonatie een rol zou moeten spelen en vervolgens zien hoe de accenten zich daar gedragen. We zullen het Bijbels Hebreeuws wellicht nooit kunnen bestuderen op dezelfde manier als moderne talen, maar aan de hand van data-analyse, kunnen we deze dode taal allicht een beetje opnieuw tot leven wekken.

Reacties