Lezing Woensdag 21 maart 2018

Oude manuscripten, nieuwe technieken. Twee digitale projecten (Leuven/Groningen) over de Dode-Zeerollen voorgesteld

Prof. Eibert Tigchelaar & Prof. Pierre Van Hecke (Bijbelwetenschap, KU Leuven)

Aan de KU Leuven zijn we betrokken bij twee Digital Humanities projecten over de Dode-Zeerollen.

Het eerste is een corpus-linguïstisch onderzoek naar het Klassiek Hebreeuws van de Bijbel en de Dode-Zeerollen. In dit project gebruiken we gedigitaliseerde teksten en geavanceerde computationele technieken om de taalkundige eigenschappen van het Hebreeuws in kaart te brengen.

Op die manier beogen we de stilistische en orthografische eigenheid van de verschillende teksten te vatten, waardoor we kunnen vaststellen welke teksten een mogelijk gemeenschappelijke herkomst hebben.

Het andere is een samenwerkingsproject tussen Groningen en Leuven dat onder meer gebruik maakt van digitale paleografie, in samenwerking met het Groningse Artificial Intelligence Institute.

Het project heeft twee grote doelen:

Ten eerste om met behulp vaDode zeen Artificial Intelligence de ontwikkeling van het Hebreeuwse schrift in de Dode-Zeerollen van ca. 250 voor tot 150 n.Chr. in kaart te brengen, en daarmee de manuscripten te dateren.

Ten tweede om met Artifical Intelligence overeenkomsten tussen de handen van de handschriften op te sporen en zo eventueel individuele schrijvers op het spoor te komen.

De lezing zal doorgaan in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 om 20u.

Lezing woensdag 29 November 2017

Hoe kunnen databases een dode taal weer tot leven wekken?

Drs. David Van Acker (Kwantitatieve Lexicologie en Variatielinguïstiek, KU Leuven)

De Hebreeuwse Bijbel heeft een lange mondelinge traditie. Geschreven teksten bestonden, maar dienden eerder als hulpmiddel bij het reciteren. Toen Hebreeuws in de middeleeuwen niet meer actief gebezigd werd, heeft een school rabbijnen – de Masoreten – deze traditie bewaard door aan de tekst (met tot dan enkel medeklinkers) klinkers en accenten toe te voegen. Lange tijd is aangenomen dat deze accenten voornamelijk aangeven hoe de tekst ritueel gezongen moet worden, maar in de laatste decennia is het duidelijk geworden dat dit systeem oorspronkelijk een andere functie had. De accenten groeperen namelijk woorden in eenheden die lijken op de eenheden die in moderne (gesproken) talen door intonatie worden afgelijnd.

Gegeven de mondelinge traditie achter de Hebreeuwse Bijbel is het niet verwonderlijk dat de Masoreten net intonatie wilden bewaren. De accenten moeten dus belangrijke informatie bevatten over de gesproken dynamiek van het Hebreeuws. Maar hoe kunnen we die informatie juist interpreteren? Hiervoor moeten we terugvallen op uitgebreid onderzoek naar intonatie in hedendaagse talen. Daaruit blijkt dat intonatie over talen heen voor gelijkaardige doelen ingezet wordt. Hiermee kunnen we aan de slag gaan in de Hebreeuwse Bijbel. We kunnen in databases zoeken naar plaatsen waar intonatie een rol zou moeten spelen en vervolgens zien hoe de accenten zich daar gedragen. We zullen het Bijbels Hebreeuws wellicht nooit kunnen bestuderen op dezelfde manier als moderne talen, maar aan de hand van data-analyse, kunnen we deze dode taal allicht een beetje opnieuw tot leven wekken.

Lezing Woensdag 20 december 2017 (gewijzigde datum)

Hoe maak je spijkerschriftteksten over het dagelijkse leven uit de tijd van de Laat-Babylonische en Perzische Koningen toegankelijk?

Prof. Kathleen Abraham (Oudheid, KU Leuven)

In de studie van de Oudheid en in het bijzonder in de discipline van Spijkerschriftstudies (Assyriologie) vindt er een grote digitaliseringsbeweging plaats.
Er zijn verschillende projecten aan de gang, in de Angelsaksische wetenschappelijke
wereld, op het vasteland van Europa en in de Verenigde Staten.

tablet
Deze creëren een gedigitaliseerde onderzoeksomgeving. Het aanbod aan online
hulpmiddelen voor onderzoek is gevarieerd: zowel sites die Sumerische,
Babylonische, Assyrische en Hettitische teksten uit verschillende regio’s en
hun metadata bevatten, als sites die in een gecontroleerde wiki-omgeving de cruciale periode in de vorming van de
Joodse identiteit en de articulatie van grote religieuze en sociale beginselen in
het vroege Jodendom.

Het tweede project – The Neo-Babylonian Cuneiform Corpus (NaBuCCo) – wil de grote hoeveelheid archiefstukken die in Babylonië tussen ca. 800 en het einde van het pre-christelijke tijdperk tot stand kwamen ter beschikking stellen voor historici van de Oudheid in het algemeen en Assyriologen in het bijzonder. Deze documenten zijn niet gemakkelijk toegankelijk voor onderzoekers. Ettelijke ervan zijn nog niet gepubliceerd en zelfs als ze wel gepubliceerd zijn, is het vaak enkel in lijntekening zonder transcriptie of vertaling. Bovendien zijn ze moeilijk te begrijpen omwille van hun juridisch- en administratief-technische woordenschat en formuleringen.

De lezing zal doorgaan in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 om 20u.

Lezing: Reflectie op het gebruik van 3D technologieën voor de documentatie van bedreigd cultureel erfgoed

Woensdag 15 Maart 2017

Drs. Hendrik Hameeuw (Departement Oudheid van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel en Nabije Oosten Studies, KU Leuven)

Aardbevingen, tsunami’s, branden, vulkaanuitbarstingen, … ; ze hebben allen de kracht de grote verwezenlijkingen van de mensheid door de eeuwen heen te vernietigen. Maar de meest dramatisch kracht komt van de mens zelf.

Of het nu het ‘opruimen’ van erfgoed betreft om plaats te maken voor de  Olympische Spelen in Beijing, de dynamitering van de Bamiyan standbeelden, het verbranden van de Timboektoe manuscripten of de sloop van duizenden jaren oude steden in Syrië en Irak, de verantwoordelijken weten altijd hun acties te rechtvaardigen. Vernielingen van cultureel erfgoed zijn een dagelijkse realiteit; het is aan ons om strategieën te formuleren om dit te overwinnen.

NaamloosDe zeven wonderen van de wereld – waarvan alleen de Gizeh piramides overleefden – hebben een centrale plaats ingenomen in ons begrijpen hoe grote architectonische verwezenlijkingen alsnog verloren kunnen gaan; ons kennis erover hebben we in de eerste plaats te danken aan oude geschriften. Hoe ze er echt uitzagen, is eigenlijk onduidelijk. Vandaag liggen de kansen gunstiger. In de afgelopen 150 jaar hebben architecten, ingenieurs en archeologen ontelbare technische (op)tekeningen van erfgoed sites geproduceerd; overal ter wereld zijn digitaliseringsprojecten aan de gang en de mogelijkheden van state-of-the-art beeldvormingstechnieken lijken haast onuitputtelijk.

Maar wat doen we ermee? Wat is hun nauwkeurigheid of volledigheid? Koppelen we de juiste en voldoende metadata aan de samengestelde documentatie? Wat registreerde onze aanpak niet? Sjablonen, protocollen en standaarden moeten worden ontwikkeld om de duurzaamheid van al die inspanningen te garanderen. En, als dat alles is geregeld – als het origineel verloren is gegaan of niet meer toegankelijk – waarom niet pleiten om deze kwaliteitsdata-sets op te nemen in een lijst van Virtueel Werelderfgoed.

Lezing: 10 februari 2016

Fenicische kunst: nieuwe vondsten en inzichten

Prof. Dr. Eric Gubel – KMKG & VUB

MSI, lokaal 1.28

Op basis van de nieuwste vondsten en bevindingen wordt ingegaan op de karakteristieken van enkele kunsttakken van de Fenicische beschaving die in het preklassieke verleden grote faam genoten tot in het Mediterrane Europa toe.

Handelsactiviteiten werkten een intense  wisselwerking in de hand tussen de steden op de Fenicische kust met Egypte, de Egeïsche wereld en de Bijbelse buurlanden die tot uitdrukking komt in de kunst. Architectuur en beeldhouwkunst, de productie van artefacten in (edel)metaal,  de ivoorbewerking, glas- en zegelkunst van de IJzertijden I en II komen allen aan bod.

Tevens wordt aandacht besteed aan producties die zich vooral op een vrouwelijke consumentenniche richtten.  De recente identificatie van enkele  specifieke vormen uit het repertoire van vaatwerk in steen en aardewerk  legt een verrassend Nachleben bloot in de islamitische wereld.

Als afsluiting wordt aan hand van meerdere voorbeelden een continuïteit geïllustreerd van voorouderlijke tradities  die in de Perzische Periode (IJzertijd III) voortleven, een fase die vaak onterecht als een stijlbreuk met het verleden wordt beschouwd.

KUL 12022016

Oost tegen West?

Het Alexandermozaïek uit Pompeii

Lezing op woensdag 18 november 2015

Dr. Rolf Strootman (Docent Oude Geschiedenis, Universiteit Utrecht, Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis)

In deze lezing wordt ingegaan op het beroemde Alexandermozaïek uit Pompeii, dat zich nu in het Archeologisch museum van Napels bevindt.

Alexandermozaiek

Dit unieke kunstwerk, volgens sommigen een kopie van een schilderij dat kort na de dood van Alexander de Grote in Macedonië werd gemaakt, verbeeldt de overwinning van Alexander op Darius, de Achaemenidenkoning. Het is een rijke propagandistische afbeelding die het idee van de ‘beslissende veldslag’ uitdraagt en de oorlog tussen Grieken en Perzen als het ware terugbrengt tot een persoonlijk duel tussen de jonge koning Alexander en zijn Perzische tegenstander, Darius.

De lezingen start om 20 uur in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 (achter de Centrale Universiteitsbibliotheek) te Leuven.

Meer informatie

Jaarprogramma 2015-2016

Het jaarprogramma voor academiejaar 2015-2016 krijgt stilaan vorm. Binnenkort zullen we de brochure versturen. De lezingen voor het eerste semester liggen al vast.

Noteer alvast volgende data in jouw agenda:

Woensdag 14 oktober 2015

‘De Oudegyptische snaar herklinkt’: Een analyse van faraonische snaarinstrumenten en hun gebruik (Toon SykoraKULeuven)

Woensdag 18 november 2015

Oost tegen West? Het Alexandermozaïek uit Pompeii (Dr. Rolf Strootman, Universiteit Utrecht)

Woensdag 16 december 2015

Tell Balata (Sichem): van historische stad tot archeologisch erfgoed (Dr. Gerrit van der Kooij, Universiteit Leiden)

‘De Oudegyptische snaar herklinkt’

Een analyse van faraonische snaarinstrumenten en hun gebruik

Lezing op woensdag 14 oktober 2015

Toon Sykora (KULeuven)

EA24564
Gedecoreerde modelboogharp uit het graf van Ani (19de dynastie) (BM EA 24564)

De vele levendige scènes van muzikanten uit het Oude Egypte getuigen van de belangrijke rol die muziek bij hen bekleedde. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat een groot aantal muziekinstrumenten uit het faraonische tijdperk de tand des tijds heeft doorstaan. Deze instrumenten vormen de meest directe bron om de muziek die met hen gespeeld werd te kunnen achterhalen. Vreemd genoeg werd deze grote schat aan informatie in het verleden door weinig musicologen en Egyptologen aangewend om de geheimen van de Oudegyptische muziek te ontsluieren. Hierdoor blijft de muzikale uitvoering van het Oude Egypte gehuld in mysterie.

CG69421 (1)
Intacte ovaalvormige luit uit het graf van Harmose (midden 18de dynastie), (Egyptian Museum, Cairo, CG 69 421)

In deze lezing wordt een van de faraonische instrumentengroepen, namelijk snaarinstrumenten, belicht. Deze categorie omvat al vanaf het piramidentijdperk de elegante harp, en een duizendtal jaar later doen ook de luit en de lier hun intrede. De bewaarde Oudegyptische snaarinstrumenten worden verkend, gaande van hun opgravingscontext tot hun gebruikssporen. Zo kunnen we trachten om hun originele functie te achterhalen, die niet zelden in verband lijkt te staan met de Egyptische dodencultus. Hiermee krijgen we een beeld van faraonische muziek en kunnen we ervoor zorgen dat de Oudegyptische snaar kan herklinken. Dit gebeurt niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk, met de reconstructie van een Egyptische hoekharp uit de tijd van Ramses II. De klanken van deze harp doen muziek van meer dan drieduizend jaar oud herleven.

De lezingen start om 20 uur in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 (achter de Centrale Universiteitsbibliotheek) te Leuven.

Meer informatie

Lezing van 18 februari: geannuleerd

De lezing van 18 februari 2015 werd geannuleerd. De eerst volgende lezing zal op 11 maart 2015 plaatsvinden.

Op 29 april 2015 zal een bijkomende lezing ingepland worden.

Lezing “Magie, Magische Teksten en de Hebreeuwse Bijbel”

Woensdag 11 maart 2015

– Dr. M.L. Folmer (VU Amsterdam/Universiteit Leiden)

In deze lezing worden verschillende aspecten van magie in het Oude Israël onder de loep genomen. Ook wordt ingegaan op het gebruik van bepaalde teksten uit de Hebreeuwse Bijbel in  latere Joodse magische literatuur.

De lezing start om 20 uur in lokaal 01.28 van het Mgr. Sencie Instituut, Erasmusplein 2 (achter de Centrale Universiteitsbibliotheek) te Leuven.